Wie de schoen past …

De meeste cliënten in de praktijk dragen schoenen uit het zogeheten modesegment, schoenen die voor de massa geproduceerd worden en niet verkrijgbaar zijn in meerdere wijdtematen. De “looks” zijn bij deze schoenen belangrijker dan het draagcomfort. Dat is prima als cliënten geen bijzondere voet- of pijnklachten hebben. Anders wordt het als er drukplekken of overbelastingsklachten ontstaan door het dragen van verkeerd schoeisel.

Enkele adviezen voor een goede pasvorm.

  • De ideale schoen voor dagelijks gebruik is een schoen die dezelfde vorm heeft als de voet, gemaakt van soepel leer, met een voldoende dikke zool die alle schokken en oneffenheden opvangt.
  • De neus van de schoen mag niet te puntig zijn, maar moet een afgeronde vorm hebben, die de vorm van de voorvoet benadert.
  • De tenen moeten vrij liggen, in de lengte, breedte en hoogte. Ze mogen tijdens het lopen niet de neus van de schoen raken. Ze moeten vrij kunnen buigen en strekken.
  • De vetersluiting moet midden op de wreef en mag niet te hoog dat de pezen, die de voet bewegen, hinderen.
  • Een verantwoorde hakhoogte is afhankelijk van het voettype (met een gemiddelde van 2 tot 3 cm). De hak moet breed genoeg zijn voor het behoud van evenwicht.
  • De achterpartij moet stevig en goed aansluitend zijn.
  • De neus van de schoen moet iets omhoog staan (teensprong) in verband met oneffenheden bij het lopen en de afwikkeling van de voet. 
  • Lengte van de schoen moet staande gemeten worden, want bij belasting van de voet wordt deze langer.

Bronvermelding: Vakblad voor het voetverzorgingsbedrijf, Podopost en Vakboek Opleiding Medisch Pedicure Orthesiologie, Uitg. Les Pieds